
54
Ook hier beginnen we met de belangrijkste groep: zinnen met enkelv. V. van éen
verslengte met pronominaal subject (27 gevallen). Het blijkt dat hier dezelfde
rhythmische typen overheerschend zijn, als bij de zinnen van het schema ..S...V.
Daar echter het syntact. tusschenstuk tusschen S. en V. ontbreekt, wordt de
rhythmische daling na de eerste heffing van den aanloop gevormd met behulp van
praefixen, het syntactisch ontbeerlijke ‘dat’, de flexie-
e
van verbogen substantiva
etc. Juist deze hulpmiddelen bewijzen dat in dit rhythmische type de daling na de
eerste heffing onontbeerlijk is:
1.
212 Van sinen órsse
dat
hi scoèt
1432 In haren ráde
dat
si vànt
1443 Toten bédde
dat
si quàm
1794 Ten rídder waert hi verlaisièrt
2501 Uten castéle hi verlaisièrt
4406 Tote haren múle
dat
si lièp
4657 In hare cámere
dat
si lièp
2.
270 Enen castéel si vernàmen
365 Sine pérde hi ontspièn
375 Sijn plóechyser hi bròchte
554 Sinen díescinkel hi bràc
1793 Sinen scílt hi embrachièrt
1829 Hare scáchte si vernàmen
3246 Sinen scílt hi embrachièrt
3521 Ene wóuteyke hi droèch
3793 Dat aertsóen hi begreèp
4765 Sinen scílt hi embrachièrt.
Al deze verzen richten zich naar het rhythme . Ook naar den inhoud zijn
zij eenvormig.
Zoodra het subject onmiddellijk wordt voorafgegaan door een substantief, ontstaat
weer het bekende type met
twee
heffingen: :
333 Sijn hánt in sknapen tógel hi sleèt
1966 Geene ánder avontúre hi vànt
5105 Enen scílt ane sinen háls hi droèch
Ook het vers met verzwaarden aanloop komt hier voor ( )
Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34
Comments to this Manuals