Ansel VS211 User Manual Page 110

  • Download
  • Add to my manuals
  • Print
  • Page
    / 321
  • Table of contents
  • BOOKMARKS
  • Rated. / 5. Based on customer reviews
Page view 109
109
gezien. Maar bij Beka
1)
is verband gelegd tussen het bouwen van de kerk en de
moord: de slijkige bodem liet niet het leggen van stevige fondamenten toe; een Fries
bood aan door een geheim middel de zaak in orde te brengen, mits hij daarvoor
zwaar betaald werd; maar de bisschop wist de zoon het geheim te ontlokken en uit
wraak daarover doodde de vader de Utrechtse kerkvorst. Uit de
plebeius
der Annales
is als naam van de bouwmeester
Pleberus
ontstaan
2)
en zo komt Van Lennep later
indirekt
3)
aan zijn ‘meester
Plebo
van Dokkum’; het middel om de zoon tot spreken
te krijgen: zijn liefde voor Maaike, is, voorzover ik heb kunnen nagaan, Van Lennep's
eigen vinding.
Vele tussen de tekst verstrooide verzen, zowel Latijnse als Nederlandse, zijn
indertijd reeds door Van Vloten in de eerste bundel van zijn ‘Nederlandsche
Geschiedzangen’ bijeengebracht, andere zijn aangewezen door Fredericq
4)
, maar
hun verzamelingen zijn voor uitbreiding vatbaar
5)
.
1) blz. 43-44 = Holl. Beka blz. 84-85; korter Chronicon Tielense blz. 117; in de Annales Tielenses
blz. 24 wordt in enkele woorden het motief genoemd: ‘ob invidie zelum’. Voorts tal van andere
kronieken, waarvan ik hier nog vermeld Heda (blz. 138), die een wat andere lezing kent
(aufugit impune, postea .... capite plectitur’), maar er niet aan gelooft.
2)
Pleberus
ook in 't Chronicon Tielense blz. 117. Beka putte vermoedelik niet zelf uit de Annales
sanctae Mariae, zie Muller t.a. pl. bl. 471.
3) In de beide door Van Lennep genoemde werken
Batavia sacra
, waar naar de bronnen zelf
verwezen wordt, en de
Fundationes et Fata Ecclesiarum
(uitg. Matthaeus), waar de ‘versiculi,
qui ad chorum ecclesiae columnae adhuc incisi’ aangehaald worden, vind ik de naam van
de bouwmeester niet vermeld. In de versiculi is te lezen, dat ‘patrem/ filius auxilio genitricis
inebriat, artem /elicit’.
4)
Onze historische volksliederen van vóór de godsdienstige beroerten der 16
de
eeuw (1894).
5) Zo vindt men in de kroniek van Zweder van Kuilenburg, waaraan Van Vloten o.a. dat
merkwaardige, in oostelik gekleurde taal geschreven lied op de gevangenneming van Arnout
van Gelre ontleent (blz. 87-88), nog:
(blz. 621): ‘Ann. CIƆ.CCC.XCII. gaf Maes Mulaert der Horst op, dat int Sticht licht, dat hij
onder had van des Heeren wegen van Vianen.
Maes was Maes, die hem kende, deden als een dwaes,
Dat hy der horst beval mal Maes’.
Minder duidelik dan dit spotversje is het volgende (blz. 595): ‘Hubrecht Heer van Bosinchem
nam te wyve des Heeren dochter van Voorn. Souden eens te samen sitten den Heer van
Voorn ende den Heer van Hoorn, doe seyde den Heraut van wapenen, dat hem syn leven
costen.
Hoorn, Voorn, Arkel ende Putten,
Ghy Heeren gaet sitten’.
Welk [Duits] vers bedoeld wordt met ‘tliet van Vermof Merdas’ (Rekeningen der graven van
Bloys: Jonckbloet Mnl. Dichtkunst 3, 646; op het jaar 1370-1371), is mij onbekend. - Is de
Latijnse tekst alléén overgeleverd, dan is voorzichtigheid nodig. Waar men b.v. in Beka's
verhaal van de gebeurtenissen te Utrecht tijdens de oorlog van bisschop Hendrik met de
heren van Amstel en Woerden en de graaf van Gelre (blz. 84 v.) de sporen van een volkslied
heeft menen terug te vinden: ‘prata virentia = grüne Haide’, daar is dit onjuist; ‘prata virentia’
is een staande uitdrukking bij Beka, vgl. Coster, De kroniek van Johannes de Beka blz. 264
n. 3 en 274.
Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34
Page view 109
1 2 ... 105 106 107 108 109 110 111 112 113 114 115 ... 320 321

Comments to this Manuals

No comments